← De heksen van Laarne

Halte 12 van 12

Einde

En zo eindigt het verhaal van de heksen van Laarne. Niet met magie, spreuken of duivels, maar met angst, geruchten en een rechtssysteem dat vandaag ondenkbaar lijkt. Vier mensen eindigden op de brandstapel, één werd verbannen en één wist als enige vrijspraak te krijgen. Hun verhalen zijn meer dan vierhonderd jaar oud, maar de plaatsen bestaan nog altijd. Het kasteel. De kerk. De velden. De wegen. En ergens tussen al die plekken blijft vooral één ding hangen. Dat deze mensen ooit gewoon inwoners van Laarne waren. Mensen met werk, familie, ruzies, zorgen en een dagelijks leven. Tot iemand hen een heks noemde.

Eekhoekstraat, 9270 Laarne

En vanaf hier laten we de geschiedenis even los. Wat volgt is fictie, geïnspireerd op de heksenverhalen van Laarne.

Elsken Knots

Zes inwoners van Laarne werden in 1607 van hekserij beschuldigd. Volgens de oude magische overleveringen was er die zomer één echte heks in het dorp, en zij werd nooit aangeklaagd.

Haar naam was Elsken Knots. Vijftien jaar, geboren en getogen in Laarne, en begaafder in magie dan wie ook durfde vermoeden. Ze was ermee begonnen uit liefde, om haar doodzieke broertje te redden toen geen enkele dokter dat nog kon. Ze kende de beschuldigde vrouwen persoonlijk; sommigen hadden haar familie geholpen toen niemand anders dat deed.

Wat zij daarna deed staat in geen enkel vonnis. Eén ding bleef wel bewaard: Noem hen geen heksen, het lied dat Elsken schreef voor de vrouwen die stierven om wie ze nooit geweest zijn. Ze zong het in en rond Laarne, en het staat hieronder, woord voor woord zoals de overlevering het bewaarde.

In de magische overlevering is Elsken nooit uit Laarne vertrokken. Men fluistert dat ze er nog altijd is: stil, onopvallend, verborgen in de schaduwen van het dorp waar ze haar magie ontdekte.

Lees haar volledige bladzijde in het Grimoire

Noem hen geen Heksen

Noem Hen Geen Heksen

Ik liep waar niemand mij kon vinden,
door zwarte bossen, door regen en tijd.
Ik kende de kruiden, de maan en de winden,
maar jullie kenden slechts honger en strijd.

Janne, ze fluisterden achter uw rug.
Paesschyne, ze wezen naar u.
Joosyne, één woord werd bewijs van een vloek.
Willemyne, toen kwamen ze ook voor u.


Ze zochten de duivel in littekens en wonden,
ze vonden wat angst vinden wou.
Ze stelden hun vragen tot antwoorden kwamen,
en noemden een leugen daarna nog waar.

Noem hen geen heksen.
Noem hen bij naam.

Janne.
Paesschyne.
Joosyne.
Willemyne.

Geen bezems.
Geen vloeken.
Geen duivelse kracht.

Alleen vier mensen
veroordeeld door angst.

Noem hen geen heksen.

Noem hen bij naam.


Ik zag jullie achter de muren verdwijnen,
waar steen zelfs het smeken verstikt.
Ik hoorde de rechters van zonde gewagen,
terwijl angst hun geweten verblindt.

Ze vroegen naar duivels.
Ze vroegen naar nachten.
Ze vroegen tot niemand nog weerstand kon zijn.

En toen jullie spraken
na uren van lijden,
noemden zij foltering plots een bewijs.

Noem hen geen heksen.
Noem hen bij naam.

Janne.
Paesschyne.
Joosyne.
Willemyne.

Geen monsters.
Geen duivels.
Geen kwaad in de nacht.

Maar dochters en moeders,
gebroken door macht.


En ik?

Ik stond in hun verhalen.

Ik vloog door hun angsten.
Ik danste met duivels.
Ik vergiftigde vee.
Ik kroop door hun dromen.

Ze maakten mij groter
met ieder verhaal.

Maar toen ze mij zochten...

vonden ze jullie.


En daarvoor...

zal ik hen nooit vergeven.

[Build]

Want ik ben de heks uit hun nachten.
Ik ben de schaduw waarvoor men vlucht.

Maar jullie waren mensen.

En mensen...

hadden beter moeten weten.


NOEM HEN GEEN HEKSEN!

NOEM HEN BIJ NAAM!

JANNE CALLENS!
PAESSCHYNE NEYTS!
JOOSYNE CELIS!
WILLEMYNE SVEERMANS!

Laat stenen verweren.
Laat eeuwen vergaan.
Laat niemand vergeten
wat hier is gedaan.

Waar vuur ooit hun lichamen nam,
dragen wij verder hun naam.

Ze noemden jullie heksen...

Maar jullie waren het niet.

Ik weet het.

Want ik ben er één.