DE HEKSEN VAN BESELARE
Zestien komma acht kilometer, zeventien haltes en één bronzen heks die nog altijd niet is weggevlogen: De heksen van Beselare is vanaf nu te wandelen
Tien op een rij, en geen enkele die wegvliegt
BESELARE. Wie dacht dat de Westhoek alleen goed was voor regen, hop en een vlakke horizon, mag zijn puntmuts afzetten en zich verontschuldigen. Het dorp dat al sinds mensenheugenis de Toveressenparochie heet, heeft vanaf nu een volwaardig heksenpad, en onze redactie kan na een dag stevig stappen bevestigen: het klopt tot op de laatste paddenstoel.
Zestien komma acht kilometer lang slingert de tocht van Beselareplaats naar de rand van het dorp en terug, langs zeventien haltes waar telkens één van de tien heksen uit de oude volksverhalen op u wacht. Niet in levenden lijve, laat dat duidelijk zijn. Het Heksenkomitee heeft er nadrukkelijk op gewezen dat alle betrokkenen al enkele eeuwen overleden zijn en dat de bezemstelen in het dorp uitsluitend dienen om te vegen.
Dat Beselare zijn reputatie niet uit een toeristische folder haalt, blijkt al bij de eerste halte. Een West-Vlaams spotdicht uit 1715 lachte toen al met de verhalen die in deze parochie de ronde deden. Drie eeuwen later lachen de Beselaarnaren gewoon mee, en zetten ze er een bronzen beeld bij: sinds 29 juli 1988 staat op de plaats van de oude dorpspomp een heks die, voor zover onze fotograaf kon nagaan, nog geen centimeter van haar sokkel is gekomen.
Sefa Bubbels bestond echt, en dat is het onrustwekkende
Het knappe aan dit pad is dat het twee verhalen tegelijk vertelt. Bij elke heks krijgt u eerst de legende, en dan wat de archieven er werkelijk over zeggen. Neem Sefa Bubbels. In de vertelling woont zij afgezonderd bij de Reutelbeek, met een uil als enige gezelschap, en valt haar naam zodra ergens een koe geen melk meer geeft of een oogst mislukt.
In de doopregisters heet zij Jozefa Coleta Bubbels, geboren in 1667, enig kind van de molenaar van de markies en meid op het Moerhof. Een gewone vrouw uit een gewoon dorp, die het ongeluk had een scherpe tong en een lastige familie te hebben. Via haar moeder was ze verwant met Calle Bletters, die eveneens in de verhalen terechtkwam. Zo gaat dat, in dorpen waar men elkaar te goed kent.
Wie liever niet leest, hoeft dat niet: elke halte wordt voorgelezen. De legendes krijgen een kalme mannenstem die klinkt alsof hij ze zelf nog heeft meegemaakt; de geschiedenis wordt verteld door een heldere vrouwenstem die geen onzin duldt. Onze redactie heeft beide stemmen op hun woord geloofd en is er nog steeds niet zeker van wie van de twee de gevaarlijkste is.
Ook zonder toverstok: het kasteel dat er niet meer is
Niet alle haltes gaan over heksen. Halfweg staat u op een plek waar eeuwenlang het kasteel van Beselare stond, de zetel van de heren en later de markiezen van het dorp. Het begon in 1418 als een versterkte hoeve met gracht en ophaalbrug, groeide uit tot een rood bakstenen kasteel met vier hoektorens, brandde in 1580 af tijdens oorlogsgeweld en werd weer opgebouwd.
De kanunnik Antoon Sanderus kwam rond 1650 kijken en vond het indrukwekkend genoeg voor zijn Flandria Illustrata. In 1705 maakte de Franse koning er een markgraafschap van. Vandaag is er van al die torens niets meer te zien, en precies daarom is het zo'n goede halte: u hoort wat er stond, en ziet wat er overblijft.
Het pad eindigt achter de Sint-Martinuskerk, bij de Heksentafel. Geen plek van de oude verhalen maar van de nieuwe traditie: een kruidentuin met een pentagram, een altaar en een zonnewijzer, aangelegd onder impuls van herboriste Gaby Vannieuwenhuyse. Onze correspondent heeft de kruiden geroken en kan bevestigen dat ze ruiken zoals kruiden horen te ruiken. Meer kunnen wij er, uit voorzorg, niet over zeggen.
Een woord van waarschuwing over katten
Op de Oosthoek passeert u de Kattepit, een afgelegen waterput waar volgens de vertelling elke avond honderden katten samenkwamen, zwarte, grijze en rosse, met ogen die gloeiden als kolen in een vuur. De redactie heeft de plek bij daglicht bezocht en telde één kat, die sliep. Wij raden niettemin aan de route vóór zonsondergang af te ronden. Niet omdat wij de verhalen geloven. Gewoon omdat het dan lichter is.
Voor wie te voet gaat
De heksen van Beselare vertrekt op Beselareplaats bij het bronzen heksenbeeld en eindigt aan de Heksentafel achter de kerk. De tocht is 16,8 kilometer lang, geschikt vanaf acht jaar en volledig te wandelen zonder bezemsteel; stevige schoenen volstaan. Zeventien haltes, tien heksen, en bij elke halte zowel de legende als de echte geschiedenis, te lezen of te beluisteren.
Wie wil, kan de haltes ook in stukken doen: het pad wacht geduldig, dat hebben heksen altijd gedaan.