Slachtoffer van de heksenvervolging

Passchijne Neyts

ook opgetekend als Paesschyne Neyts, alias Beck

Jaar
1607
Plaats in de stukken
Laarne
Gemeente vandaag
Laarne, Oost-Vlaanderen
Woonplaats
Herberg aan de Heirweg, Laarne
Rechtsgebied
Graafschap Vlaanderen

Afloop, leeftijd, beroep staan niet vermeld in de bronnen.

Kanttekening bij de bronnen

De procesbundels van Laarne zijn vrijwel volledig bewaard (Rijksarchief Gent). Laarne herdenkt de slachtoffers met een heksenpad, het beeld De Heks van Paul De Bont aan de Kasteeldreef (2017) en het nationale heksenmemorandum dat hier in 2023 ondertekend werd.

Passchijne Neyts, dochter van Pauwel en getrouwd met Pieter Tweecruys, was waardin van een herberg aan de Heirweg in Laarne; de processtukken noemen haar een 'weerdine van zeer vyle ende arme conditie'. Volgens de plaatselijke overlevering heette de herberg De Roscam. Ze was rond de 51. Haar man sloeg haar, nam in 1605 dienst als soldaat en liet haar met de kinderen zonder middelen achter. Haar huis brandde tweemaal af.

In augustus 1607 viel haar naam in het verhoor van een vrouw uit Overmere. De beul vond 'vier teeckenen van den viandt' op haar lichaam, en na een etmaal wakker gehouden voor een laaiend vuur bekende ze wat men wilde horen: een betoverde appel, een duivel die zich als kalf toonde.

Op 11 september 1607 werd ze op het galgenveld van Laarne, waar nu de wijk 't Zand ligt, levend verbrand, samen met Josyne Celis. Het originele procesdossier is bewaard in het Rijksarchief Gent.

Deze naam loopt door een van onze verhalen

In het Grimoire staat een figuur op deze naam. Dat is verteld werk: het vertrekt van wat de archieven zeggen, maar wat je daar leest is geen bewijsstuk.

Bronnen

Anderen uit Laarne