← De heksen van Laarne

Halte 1 van 12

Het Kasteel van Laarne

Eekhoekstraat 5, 9270 Laarne

Laarne - 1607

Vandaag bevinden we ons in Laarne, in het jaar 1607. België bestaat nog niet. Dit dorp ligt in het Graafschap Vlaanderen, een deel van de Zuidelijke Nederlanden onder het bewind van aartshertogen Albrecht en Isabella.

De streek draagt nog altijd de sporen van de Tachtigjarige Oorlog. Legers trekken door de Nederlanden, dorpen krijgen te maken met plunderingen, armoede en onzekerheid, en de spanningen tussen katholieken en protestanten zijn nog lang niet verdwenen.

Voor de mensen van Laarne is het dagelijkse leven hard en onzeker. Ziekte, mislukte oogsten en plots stervende dieren hebben vaak geen duidelijke verklaring. En net in zo'n wereld, waar angst en geloof dicht bij elkaar liggen, kan een gerucht over hekserij bijzonder snel gevaarlijk worden.

De Donjon
De Donjon

De Donjon

Na de beschuldigingen van hekserij werden zes inwoners van Laarne in dit kasteel opgesloten:

  •  Janne Callens
  • Passcheyne Neyts
  • Josyne Celis
  • Willemyne Sveermans
  • Lieven Lammens 
  • Josyne Luycx 

Het Kasteel van Laarne was toen niet alleen de woonplaats van de heer van Laarne. Het was ook een plaats waar recht werd gesproken en gevangenen werden vastgehouden. De huidige waterburcht heeft haar oudste stenen kern in de middeleeuwen; de ronde torens en vooral de grote vierkante donjon behoren tot de oudste delen van het kasteel. Hier werden ze opgesloten De zes kwamen niet zomaar ergens in het kasteel terecht. De gerechtszaal lag op de eerste verdieping van de vierkante donjon. Daaronder, in de kelder van diezelfde toren, bevond zich de kasteelgevangenis waarin de beschuldigden werden opgesloten. Janne Callens, Passcheyne Neyts en Josyne Celis behoorden tot de eerste gevangenen. Later werden ook Willemyne Sveermans, Lieven Lammens en Josyne Luycx naar de kasteelgevangenis gebracht. 

De kasteelheer

Boven dit alles stond Charles van Zuylen, de toenmalige heer van Laarne. Hij beschikte als plaatselijke heer over belangrijke gerechtelijke macht en speelde een actieve rol in de processen. De processtukken tonen zelfs dat de processen tijdelijk stilvielen toen hij ziek werd, omdat hij de ondervragingen en getuigenverhoren persoonlijk wilde bijwonen.

De verhoren

Vanuit hun cel werden de beschuldigden naar de verhoren gebracht. Getuigen uit het dorp werden gehoord en de lichamen van de verdachten werden onderzocht op zogenaamde “duivelstekens”. In vijf van de zes processen werd uiteindelijk foltering gebruikt om bekentenissen af te dwingen.

De Gentse beul Boudewijn Waelspeck werd daarvoor naar Laarne gehaald. De verdachten werden onder meer langdurig wakker gehouden, voor een hoog vuur geplaatst en met strak aangespannen koorden gefolterd. Sommige verhoren duurden uren; bij Willemyne Sveermans zelfs verschillende dagen en nachten.

De zogenaamde bekentenissen kwamen dus voor een groot deel na extreme fysieke en psychologische druk.

De verhoren
De verhoren