← De heksen van Laarne

Halte 4 van 12

Bibliotheek van Laarne

We zijn aangekomen aan de bibliotheek van Laarne. Hier vind je vandaag een kleine kruidentuin die aansluit bij het heksenverleden van de gemeente. Kinderen kunnen eerst even het speelparcours doen, daarna gaat het verhaal verder tussen de kruiden.

Keistraat 5 9270 LAARNE

Bibliotheek van Laarne
Bibliotheek van Laarne

Bibliotheek van Laarne

Maar waarom horen kruiden eigenlijk zo vaak bij heksen?

In de tijd van de heksenprocessen bestond er nog geen apotheek zoals wij die vandaag kennen. Planten waren een belangrijk onderdeel van de geneeskunde. Mensen maakten aftreksels, zalven, oliën en andere bereidingen van planten. Die kennis was helemaal niet uitsluitend het domein van zogenaamde heksen. Ze werd gebruikt door artsen, apothekers, vroedvrouwen, kloosterlingen en gewone gezinnen.

Toch kon die kennis in een tijd waarin ziekte en genezing nog slecht begrepen werden ook iets geheimzinnigs krijgen. Sommige planten hadden immers merkbare en soms zeer krachtige effecten. Een middel kon iemand kalmeren of pijn verzachten, maar een verkeerde hoeveelheid kon iemand ook ernstig ziek maken of zelfs doden.

Vooral planten zoals wolfskers, bilzekruid en alruin kregen later een sterke band met hekserij en magie. Ze bevatten stoffen die het zenuwstelsel kunnen beïnvloeden en onder andere verwarring, hallucinaties en bewustzijnsveranderingen kunnen veroorzaken. Historische teksten verbinden zulke planten ook met zogenaamde heksenzalven en magische bereidingen. Dat helpt verklaren waarom verhalen ontstonden over heksen die vreemde visioenen kregen of beweerden 's nachts te vliegen.

Maar hier moeten we voorzichtig zijn. We hebben geen bewijs dat de zes beschuldigden van Laarne zulke planten gebruikten voor hekserij. Het zou fout zijn om dat als historisch feit te vertellen.

Wat we wél weten, is dat Janne Callens soms als vroedvrouw werkte. Ook Josyne Luycx trad soms op als vroedvrouw. Zulke vrouwen beschikten mogelijk over praktische kennis rond zwangerschap, bevalling en verzorging, maar de processtukken bewijzen niet dat hun kennis van kruiden de oorzaak was van hun vervolging.

De beschuldigingen in Laarne gingen vooral over iets anders. Mensen beweerden dat de verdachten mensen en dieren hadden betoverd, ziekte of dood hadden veroorzaakt en aan nachtelijke bijeenkomsten met duivels deelnamen. Janne Callens zou bijvoorbeeld koeien hebben betoverd waardoor hun melk niet meer tot boter kon worden gekarnd. Paesschyne Neyts zou mensen met een appel hebben betoverd. Zulke verhalen werden in een samenleving waarin ziekte, toeval en tegenslag moeilijk te verklaren waren als bewijs van toverij beschouwd.

De link tussen heksen en kruiden is dus echt, maar ingewikkelder dan het sprookjesbeeld van een heks die boven een ketel staat te roeren. Planten waren in de zeventiende eeuw gewone geneesmiddelen. Sommige waren krachtig en gevaarlijk, andere maakten deel uit van dagelijkse verzorging. Pas wanneer genezing, volksgeloof, angst en verhalen over magie door elkaar begonnen te lopen, kon kennis die nuttig was plots verdacht lijken.

En precies daarom past een kruidentuin zo goed binnen dit verhaal. Ze herinnert ons eraan dat wat vierhonderd jaar geleden als geheimzinnig of zelfs bovennatuurlijk werd beschouwd, vandaag vaak gewoon kan worden verklaard door kennis van planten en hun werking.