← De heksen van Laarne

Halte 5 van 12

Willemyne Sveermans

Voor Willemyne is geen exacte woonplaats bewaard gebleven. Daarom tonen we haar verhaal bij de akkers van Laarne. Dat past bij wat we wél over haar weten: ze leefde in een landbouwersgezin, bezat samen met haar man meerdere koeien en een belangrijk deel van de beschuldigingen tegen haar speelde zich af rond vee, velden en het boerenleven. Zo tonen we haar in de omgeving waarin ze werkelijk geleefd kan hebben, zonder een huis aan te duiden waarvoor geen historisch bewijs bestaat.

Bekijk het van dichtbij

Willemyne Sveermans werd rond 1556 geboren in Laarne. Ze was de dochter van Ghisebrecht de Veerman en Lysbette Schattemans, beiden landbouwers uit de streek. In 1607 was ze ongeveer 51 jaar oud. Ze was gehuwd met Jan Baert, eveneens landbouwer. Het gezin beschikte over zes koeien en had een knecht in dienst, waardoor het in vergelijking met sommige andere beschuldigden als vrij welgesteld werd beschouwd.

Willemyne stond bekend als iemand met een vrij fel karakter. De bronnen vermelden dat ze geregeld ruzie maakte met buren. Dat lijkt vandaag banaal, maar in een kleine gemeenschap kon zoiets zwaar doorwegen. Bij heksenprocessen speelde reputatie immers een grote rol. Wie al langer als moeilijk, opvliegend of verdacht bekendstond, liep sneller het risico dat gewone tegenslagen plots aan die persoon werden toegeschreven.

Ze was bovendien de halfzus van Lieven Lammens, de enige man die in de Laarnse heksenprocessen van 1607 werd vervolgd. Daardoor raakten hun levens op een tragische manier met elkaar verbonden.

Willemyne kwam in beeld nadat Passcheyne Neyts en Joosyne Celis tijdens hun verhoren haar naam hadden genoemd. Op 1 september 1607 werd Willemyne aangehouden, samen met Lieven Lammens, en opgesloten in het Kasteel van Laarne. Ze ontkende de beschuldigingen aanvankelijk volledig.

Daarna werd ook zij onderworpen aan tortuur. Volgens de bewaarde reconstructies duurde haar ondervraging uitzonderlijk lang. Drie dagen en drie nachten werd ze wakker gehouden en gefolterd. Op 13 september 1607 begon ze uiteindelijk te bekennen. In die bekentenis kreeg haar vermeende duivel zelfs een naam, Simoen. Zulke verhalen werden daarna als bewijs tegen haar gebruikt.

Net als bij de andere beschuldigden is het belangrijk om te beseffen dat die bekentenissen niet in normale omstandigheden tot stand kwamen. Willemyne had eerst alles ontkend. Pas na dagenlange foltering veranderde haar verklaring. Toch beschouwde het gerecht die bekentenis als geldig zodra ze ze buiten de tortuur opnieuw bevestigde.

Op 2 oktober 1607 veroordeelde het Leenhof van Laarne Willemyne Sveermans samen met Janne Callens tot de vuurdood. Ze werden diezelfde dag terechtgesteld op het galgenveld van Laarne.

Het verhaal van Willemyne toont iets belangrijks aan over de heksenvervolgingen in Laarne. Niet alleen arme of sociaal geïsoleerde vrouwen konden worden beschuldigd. Ook een gehuwde vrouw uit een redelijk welgesteld landbouwersgezin kon, zodra haar naam in verklaringen opdook en haar reputatie tegen haar begon te werken, volledig meegesleurd worden in het proces.

Willemyne Sveermans werd geen slachtoffer omdat er bewijs bestond dat ze werkelijk aan hekserij deed. Wat we wel hebben, zijn beschuldigingen, dorpsgeruchten en een bekentenis die pas na drie dagen en drie nachten foltering tot stand kwam. En uiteindelijk was dat voldoende om haar leven te beëindigen.