← De heksen van Beselare

Halte 12 van 17

Babbe van d'Eijerpanders

De tiende toveres komt niet uit de overlevering maar uit een boek: Warden Oom verzon haar zelf.

Klokhofstraat 12, 8980 Zonnebeke

De legende van Babbe van d'Eijerpanders

De legende van Babbe van d'Eijerpanders
De legende van Babbe van d'Eijerpanders

Aan de rand van een oud bos bij Beselare, langs de weg die naar het kasteel van de markies liep, woonde Babbe van d'Eijerpanders.

Haar echte naam was Barbara Vansuyt, maar bijna niemand gebruikte die nog. Babbe was volgens de verhalen oud, versleten en doofstom. Ze woonde alleen in een klein huisje aan de rand van de Eijerpanders en vooral jonge moeders waren bang wanneer ze haar zagen naderen.

Want Babbe had een merkwaardige gewoonte.

Wanneer ergens in Beselare een kind geboren werd, probeerde zij als een van de eersten op bezoek te gaan.

Ze kwam kijken naar de pasgeborene.

En daarna begon soms de ellende.

Een gezond kind werd plots zwak. Het dronk niet meer. Het kreeg koorts, werd steeds bleker en begon langzaam weg te kwijnen. Sommige kinderen stierven kort na haar bezoek.

Voor de mensen van Beselare was dat geen toeval meer.

Babbe had de kwade hand.

Men geloofde dat één blik of aanraking van haar voldoende kon zijn om een kind ziek te maken. Wanneer bekend raakte dat Babbe opnieuw naar een huis met een pasgeboren baby onderweg was, probeerden de moeders haar daarom buiten te houden.

Op de dorpel legden ze gewijde palm, zout en wijwater.

Voor een gewone bezoeker betekenden die dingen weinig.

Maar een heks kon er volgens het oude volksgeloof niet tegen.

Wanneer Babbe bij het huis kwam en de gewijde voorwerpen zag, durfde ze volgens het verhaal de drempel niet over. Ze schrok, keerde zich om en vluchtte door de velden terug naar haar huisje aan de Eijerpanders.

Maar daarmee was de angst nog niet voorbij.

De volgende dag namen de moeders hun kind mee naar de paters van Zonnebeke. Daar moest worden nagegaan of Babbe toch geen kwaad over de baby had gebracht.

Want in Beselare werd haar komst stilaan een slecht voorteken.

Kwam Babbe kijken naar een pasgeboren kind, dan wist niemand hoe dat kind er enkele dagen later aan toe zou zijn.

En zo werd een oude vrouw uit een klein huisje aan de bosrand een van de meest gevreesde namen voor jonge moeders in Beselare.

Babbe van d'Eijerpanders, de heks van wie men geloofde dat kinderen na één bezoek konden beginnen weg te kwijnen.

Wie was Babbe van d'Eijerpanders werkelijk?

Wie was Babbe van d'Eijerpanders werkelijk?
Wie was Babbe van d'Eijerpanders werkelijk?

We staan hier in het landelijke gebied rond Beselare. In deze omgeving lagen vroeger bossen, dreven en gronden die vandaag grotendeels verdwenen of van naam veranderd zijn. Een van die oude plaatsnamen was de Eierpanders. Volgens de Beselaarse overlevering woonde Babbe van d'Eijerpanders ergens in dat landschap, in een klein huisje aan de rand van het bos. Waar haar woning precies stond, weten we niet meer. Deze plek gebruiken we daarom als toegang tot het landschap waarin haar verhaal werd gesitueerd.

Achter Babbe van d'Eijerpanders wordt in de oudere Beselaarse overlevering een vrouw genoemd met de naam Barbara van Suyt, later meestal geschreven als Barbara Vansuyt.

Maar bij Babbe is historische voorzichtigheid extra belangrijk.

We kennen van haar geen geboortejaar en geen sterfjaar. Ook over haar ouders, huwelijk, kinderen of beroep zijn geen betrouwbare persoonlijke gegevens overgeleverd.

De belangrijkste kritische samenvatting van de Beselaarse heksenverhalen werd in 1983 gemaakt door volkskundige G. Gyselen, op basis van het oudere onderzoek van heemkundige Jozef Maes. Daar wordt ze vermeld als Barbara van Suyt, genoemd Babbe van de Eierpanders.

Wat over haar werd verteld, was heel specifiek: ze werd gemeden omdat men haar verantwoordelijk hield voor kinderziekten en kindersterfte. Men geloofde dat ze daarbij de zogenaamde kwade hand had.

De kwade hand was oud volksgeloof. Een persoon kon volgens dat geloof door een aanraking, blik of aanwezigheid ziekte of ongeluk veroorzaken. Wanneer een baby plots ernstig ziek werd in een tijd waarin kindersterfte nog vaak voorkwam en medische verklaringen beperkt waren, kon zo'n verdenking bijzonder snel ontstaan.

Bij Babbe lijkt precies dat gebeurd te zijn.

Zij bezocht volgens de overlevering graag pasgeboren kinderen. Wanneer sommige van die baby's daarna ziek werden of stierven, werd haar bezoek als oorzaak gezien.

Dat betekent uiteraard niet dat Barbara werkelijk kinderen ziek maakte.

Voor hekserij tegen haar bestaat ook geen bekend proces, geen veroordeling en geen executie.

Er is bovendien iets opvallends aan haar plaats binnen de tien Beselaarse heksen.

In Beselare leefde Carolus Nuitten, geboren in 1689 en gestorven in 1763, die bekendstond als een toverijbelezer. In een aan hem toegeschreven bezweringsgebed worden negen van de tien bekende Beselaarse heksen bij naam genoemd.

Babbe ontbreekt.

Gyselen wijst daar uitdrukkelijk op en schrijft dat Barbara van Suyt vooral dankzij Warden Oom in de Beselaarse overlevering is blijven voortleven.

Dat maakt haar historisch anders dan verschillende andere heksen uit het dorp. Haar naam lijkt minder stevig verankerd in de oudere lokale toverijtraditie en veel sterker verbonden met de verhalen die later werden opgetekend en verspreid.

De plek waaraan haar bijnaam verbonden werd, bestond wel degelijk.

De Eierpanders was een oude plaatsnaam in het landschap rond het kasteel van Beselare. Oude beschrijvingen uit 1921 en 1924 plaatsen de Eierpanders langs de vroegere dreef die vanuit het kasteel westwaarts liep, in de omgeving van het Hollebos en de Kouter.

Daar zou Barbara volgens de overlevering in een klein huisje aan de bosrand hebben gewoond.

Historisch blijft dus een zeer dun spoor over: een vrouw die Barbara van Suyt werd genoemd, verbonden werd met de oude Eierpanders en in de verhalen verantwoordelijk werd gehouden voor ziekte en dood van jonge kinderen.

Of zij werkelijk heeft bestaan zoals Warden Oom en de latere traditie haar beschrijven, kunnen we vandaag niet volledig bewijzen.

Maar haar verhaal vertelt wel iets heel concreets over de angst van vroeger.

Wanneer een pasgeboren kind zonder duidelijke verklaring ziek werd, zocht men naar een oorzaak.

En soms kreeg die angst een naam.

Babbe van d'Eijerpanders.