Halte 1 van 17
’t Begin - De Bronzen Heks
Hier begint uw tocht door Beselare, de Toveressenparochie.
Kloosterlaan, 8980 Zonnebeke
In den Beginne
Welkom in Beselare.
Of, zoals dit dorp al generaties lang genoemd wordt: de Toveressenparochie.
En die naam is niet ontstaan voor een toeristische folder of voor de Heksenstoet. Hoe oud de bijnaam precies is, weten we niet. Maar de reputatie van Beselare als dorp van heksen en toverij gaat ver terug. Een West-Vlaams spotdicht uit 1715 verwijst al naar de verhalen waarop die reputatie rustte.
De heksenlegendes die hier werden verteld, spelen zich vooral af in de zeventiende en vroege achttiende eeuw. Het zijn verhalen over vrouwen die bij naam genoemd werden. Sefa Bubbels. Calle Bletters. Clette ’t Aendegat. Babbe van d’Eijer Panders. Dokke van d’Heulebeke. Treze Belle. Tanneken Vanhulle. Meele Crotte. Fyte Kwick. Leeme Caduul.
Maar ge moet vanaf het begin één ding goed weten.
Dit zijn geen tien vrouwen waarvan bewezen is dat ze hier allemaal als heks werden berecht of verbrand. Beselare dankt zijn naam vooral aan een uitzonderlijk sterke volks- en verteltraditie. Verhalen die van generatie op generatie werden doorverteld en waarin echte namen, plaatsen en personen vermengd raakten met volksgeloof en legende.
En precies daardoor zijn ze blijven bestaan.
Een belangrijke rol daarin speelde Edward Vermeulen, beter bekend als Warden Oom. Hij werd in Beselare geboren in 1861 en verwerkte heel wat verhalen en herinneringen uit zijn geboortedorp in zijn werk. In 1925 noemde hij Beselare zelf al de Toveressenparochie. Volgens onderzoekers was die benaming toen echter al veel ouder en in de streek algemeen bekend.
Ook de Beselaarse heemkundige Jozef Maes deed later belangrijk werk. Hij verzamelde en publiceerde de plaatselijke verhalen over de heksen en probeerde vast te leggen wat voordien vooral mondeling werd doorgegeven.
Dat bleek belangrijk.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd Beselare vrijwel volledig verwoest. Gebouwen verdwenen, het dorp moest opnieuw worden opgebouwd en veel tastbare sporen van het oude Beselare gingen verloren.
Maar de verhalen verdwenen niet.
In 1959 kregen ze zelfs een nieuwe vorm. Tijdens een plaatselijke stratenkermis werd de reuzin Sefa Bubbels, meesteresse van de Beselaarse toveressen, voorgesteld. Daaruit groeide enkele jaren later de Heksenstoet. Een traditie die vandaag nog altijd honderden deelnemers op de been brengt en die ervoor zorgde dat de oude verhalen opnieuw door het hele dorp zichtbaar werden.
En dat is wat we tijdens deze wandeling gaan zoeken.
Niet naar het bewijs dat hier ooit werkelijk heksen door de lucht vlogen.
Maar naar de mensen, plaatsen, verhalen en oude overtuigingen waardoor één klein West-Vlaams dorp eeuwen later nog altijd bekendstaat als...
de Toveressenparochie.
De Bronzen Heks
Hier op Beselareplaats staat een van de bekendste verwijzingen naar de heksentraditie van het dorp: het bronzen heksenbeeld.
Het beeld staat hier sinds 29 juli 1988, op de plaats waar vroeger de oude dorpspomp stond. Het kwam er op initiatief van de Heemkundige Kring Zonnebeekse Heemvrienden en het Heksenkomitee van Beselare.
Dat was geen toevallig moment. De heksentraditie was toen al tientallen jaren opnieuw sterk aanwezig in het dorpsleven. In 1959 ontstond uit een plaatselijke stratenkermis het volksfeest dat later zou uitgroeien tot de bekende Heksenstoet. Tegen 1988 was die stoet zo sterk met Beselare verbonden dat de Heemvrienden een blijvend monument wilden oprichten als waardering voor de jarenlange organisatie ervan.
Het ontwerp van de heks werd gemaakt door Dirk Slabbinck. De uitvoering van het project werd toevertrouwd aan de Brugse firma N.V. Insignia. Daarna ging het model naar de Italiaanse beeldhouwer Conrad Piazzi, uit het Tiroolse St. Ulrich, die het beeld zijn definitieve vorm gaf.
Op 29 juli 1988 werd de bronzen heks hier officieel onthuld. De dag erna opende ook de tentoonstelling ‘30 jaar Heksenstoet’, en op zondag 31 juli trok opnieuw een Heksenstoet door de straten van Beselare.
De heks wordt afgebeeld terwijl ze boven een ketel staat. De historische bronnen noemen haar eenvoudigweg het Heksenbeeld van Beselare. Er wordt geen specifieke heks zoals Sefa Bubbels, Calle Bletters of Clette ’t Aendegat als model genoemd.
Kijk ook eens rond terwijl ge hier staat. Zelfs het plein draagt sporen van diezelfde traditie. Op het voormalige gemeentehuis van Beselare, hier vlakbij, zijn bovenaan de dakkapellen eveneens kleine heksenfiguren te zien.
Dat maakt dit beeld eigenlijk meer dan alleen een standbeeld. Sinds 1988 staat het hier midden in het dorp als blijvend teken van een verteltraditie die in Beselare al veel langer bestond en die door schrijvers, heemkundigen en uiteindelijk de Heksenstoet levend werd gehouden.