Halte 5 van 17
Clette 't Aendegat
De opgetooide vondelinge met een pulleke toverdrank en konijnen met drie oren.
Kampstraat, 8940 Wervik
De legende van Clette 't Aendegat
In Beselare kende men haar als Clette 't Aendegat. Maar volgens de oude verhalen begon haar leven met een andere naam. Op 4 oktober 1703 werd langs de Stratendijk, bij het Crampebusch, een achtergelaten meisje gevonden. Niemand wist wie haar vader was of wie haar moeder was. Het kind kreeg de naam Coleta Vandendijcke. Later zou bijna niemand die naam nog gebruiken. Voor Beselare werd ze Clette 't Aendegat.
Ze groeide op zonder familie en leefde uiteindelijk als bedelares. Volgens de overlevering woonde ze later bij de Gavermeerschen, waar ze een eenvoudig bestaan leidde. Maar Clette was moeilijk te missen. De verhalen beschrijven haar als een opvallend uitgedoste vrouw, met een vreemde vooruitstekende mond die men haar zeemtote noemde. Over haar kleren droeg ze een grove schort, en ergens daarin bewaarde ze altijd een klein flesje.
Daarin zat volgens de mensen van Beselare haar toverdrank. Clette zou die zelf hebben gemaakt uit een afkooksel van planten die in het oude verhaal rode smerte en siljadoone worden genoemd. Wat die drank precies kon doen, wist niemand. En misschien was dat net het probleem, want wat men niet begreep, kon men vrezen.
Op haar rug droeg Clette een grote gevlochten mand. Wanneer ze langs de huizen trok, verzamelde ze broodkruimels, etensresten en alles wat de mensen nog konden missen. Een deel daarvan was bestemd voor haar dieren. Clette hield konijnen, maar volgens de verhalen waren zelfs die dieren niet normaal. Ze hadden drie oren. En daarmee was voor veel mensen alweer genoeg bewezen.
Maar het meest gevreesd was Clette bij zwangere vrouwen. Wanneer ergens in Beselare een vrouw een kind verwachtte en men Clette in de verte zag aankomen, werd er snel gehandeld. Er werd zout gehaald en een paasnagel. Die werden bij de ingang van het huis gelegd, want volgens het oude volksgeloof konden zulke voorwerpen bescherming bieden tegen hekserij en de kwade hand.
Clette mocht absoluut niet binnenkomen. Men geloofde dat een blik, een aanraking of gewoon haar aanwezigheid voldoende kon zijn om ongeluk over moeder of ongeboren kind te brengen. Wanneer zout en een paasnagel aan de deur lagen, kon Clette volgens het verhaal de drempel niet oversteken. Ze bleef buiten staan, boos, vloekend en scheldend, maar binnen geraakte ze niet.
En zo leerden de vrouwen van Beselare elkaar dezelfde waarschuwing: wanneer Clette 't Aendegat door de straat kwam en ge droegt een kind, zorgde ge dat zout en paasnagel klaar lagen.
Wie was Clette 't Aendegat werkelijk?
We staan hier aan de rand van het Moeremaaibos, tussen velden, lage gronden en oude waterlopen. Volgens de Beselaarse overlevering leefde Clette 't Aendegat later ergens in deze streek, bij de Gavermeerschen. Haar exacte woonplaats kennen we niet meer, maar dit rustige landschap, met bosrand, velden en natte gronden, sluit goed aan bij de omgeving waarin haar verhaal al generaties wordt gesitueerd.
Achter Clette 't Aendegat wordt in de oudere Beselaarse heemkundige bronnen een vrouw genoemd met de naam Coleta Vandendijcke. Volgens de gegevens die heemkundige Jozef Maes verzamelde, was Coleta een vondelinge. Er wordt zelfs een bijzonder precieze datum genoemd: op 4 oktober 1703 zou ze gevonden zijn langs de Stratendijk, in de omgeving van het Crampebusch. Waar die informatie oorspronkelijk vandaan kwam, is vandaag moeilijk volledig te controleren. Jozef Maes verzamelde zowel historische gegevens als oude mondelinge verhalen en waarschuwde zelf dat het niet altijd meer mogelijk was om te bepalen waar geschiedenis eindigde en folklore begon.
Volgens dezelfde overlevering groeide Coleta op zonder eigen familie en leefde ze later als bedelares. Ze zou in de omgeving van de Gavermeerschen hebben gewoond en langs de huizen zijn gegaan om voedselresten en brood te verzamelen. Dat beeld past goed binnen wat we weten over verschillende andere vrouwen uit de Beselaarse heksenverhalen. Volkskundige G. Gyselen merkte in 1983 op dat veel van deze vrouwen, voor zover de verzamelde gegevens historisch betrouwbaar zijn, tot de kwetsbaarste mensen van de dorpsgemeenschap behoorden. Ze waren vaak arm, alleenstaand of afhankelijk van armenzorg en vielen daardoor sneller buiten wat men als normaal beschouwde.
Bij Clette lijkt precies dat gebeurd te zijn. Een vondelinge zonder bekende familie, die later als bedelares door het dorp trok, was iemand over wie gemakkelijk verhalen konden ontstaan. De bekende elementen uit haar legende kunnen we historisch niet bewijzen. Er is geen bewijs dat haar konijnen werkelijk drie oren hadden, er is geen bewaard recept voor een zogenaamde toverdrank en er bestaat geen bewijs dat zwangere vrouwen door haar aanwezigheid ziek werden of hun kind verloren.
Het gebruik van zout en een paasnagel tegen hekserij is daarentegen wel bekend uit het bredere Vlaamse volksgeloof. Dat maakt het verhaal interessant, niet omdat het bewijst dat Clette een heks was, maar omdat het toont hoe mensen in die tijd probeerden zichzelf te beschermen tegen zaken waarvoor ze geen andere verklaring hadden.
Ook voor een officieel heksenproces tegen Clette bestaat geen bewijs. Ze werd voor zover bekend niet wegens hekserij veroordeeld, niet geëxecuteerd en belandde niet op de brandstapel. Volgens de door Jozef Maes verzamelde gegevens stierf Coleta Vandendijcke in 1756.
Daarmee lijkt haar echte leven vrij eenvoudig te zijn geëindigd. Maar haar naam bleef bestaan. Een arme vrouw die als vondelinge begon en later door Beselare trok om voedsel te verzamelen, veranderde in de volksverhalen langzaam in een heks met een vreemde drank, misvormde dieren en een kwade hand waarvoor zwangere vrouwen hun deur beschermden.
Hoeveel daarvan werkelijk over Coleta Vandendijcke gaat, zullen we waarschijnlijk nooit meer weten. Maar historisch kunnen we één ding wel duidelijk zeggen: Clette 't Aendegat was geen bewezen veroordeelde heks. Ze was een vrouw uit de Beselaarse overlevering rond wie angst, volksgeloof en verhalen generaties lang zijn blijven groeien.