Halte 11 van 17
Tanneken Vanhulle
De rijke slangenheks van het gehucht 't Vergif.
Slangenmeersstraat, Zwaanhoek, Beselare, Zonnebeke, Ieper, West-Vlaanderen, Vlaanderen, 8980, België
De legende van Tanneken Vanhulle
In het gehucht 't Vergif, aan de rand van Beselare, lag vroeger een laag en drassig gebied dat men de Slangenmeersch noemde. Daar woonde Tanneken Vanhulle.
Tanneken was geen arme bedelares zoals sommige andere heksen uit het dorp. Ze had haar eigen bezit en stond in de verhalen bekend als een welgestelde vrouw. Maar rond haar huis gebeurde te veel waarvoor niemand een gewone verklaring vond.
De Slangenmeersch had sowieso geen goede naam. Het moeras zou een plaats zijn geweest waar de heksen van Beselare samenkwamen. Wanneer het donker werd, verzamelden ze er om te zingen en te dansen. En Tanneken hoorde daarbij. 's Nachts beweerden mensen haar te horen zingen. Soms zou men haar zelfs hebben zien dansen op de kappe van de scheure, hoog op het dak van de schuur.
Ook binnenshuis begon het vreemd te worden. Kinderen vonden teenbijters tussen hun lakens. In de wiegen van baby's verschenen oorkruipers. Bij de buren wilde de boter plots niet meer karnen en mensen werden wakker uit afschuwelijke nachtmerries. Steeds opnieuw gebeurde het in de omgeving van Tannekens woning.
En dan waren er de slangen.
Tanneken droeg volgens het verhaal een klein doosje slangenzalf bij zich. Op een dag viel het uit haar schort en sprong het open op de grond. Vanaf dat moment werd er nog beter op haar gelet.
Niet lang daarna liep een arbeider bij maanlicht langs de Slangenmeersch. In het bleke licht zag hij iets groots door het gras bewegen.
Een slang.
Geen klein dier dat snel tussen de planten verdween, maar een grote slang die door het moeras kroop.
Voor de mensen van Beselare was het duidelijk wat ze hadden gezien.
Dat was Tanneken.
Men geloofde dat ze met haar slangenzalf haar menselijke gedaante kon verlaten en zichzelf in een slang kon veranderen. Haar omgang met slangen werd het bewijs dat ze contact had met de duivel.
Er werd nog meer over haar verteld. In een oude mondelinge overlevering uit Beselare herinnerde men zich Tanneken als een vrouw die met bepaalde kruiden een liefdedrank kon bereiden. Ze kende dus niet alleen de geheimen van slangen en vergif, maar ook planten waarvan men dacht dat ze de wil of gevoelens van een mens konden beïnvloeden.
Maar uiteindelijk werd precies datgene waarmee Tanneken zo sterk verbonden was haar ondergang.
Op een dag werd ze door een giftige slang gebeten.
Het gif verspreidde zich door haar lichaam en Tanneken stierf.
Voor de mensen die jarenlang beweerd hadden dat ze zichzelf in een slang kon veranderen, zat daar een donkere rechtvaardigheid in.
De heks van de Slangenmeersch, de vrouw die met slangen omging en met slangenzalf door haar huis liep, was uiteindelijk gestorven door de beet van een slang.
En zo bleef haar naam verbonden aan deze plek.
Tanneken Vanhulle, de heks van de Slangenmeersch.
Wie was Tanneken Vanhulle werkelijk?
We staan hier in de omgeving van het oude 't Vergif. In de lage, vochtige gronden lag vroeger de Slangenmeersch, een plek die in de Beselaarse verhalen een bijzonder slechte naam had. Volgens de overlevering woonde Tanneken Vanhulle hier, bij de vroegere kasteelvijver. Precies deze moerassige omgeving werd later het decor voor de verhalen over haar slangen, haar vreemde zalven en de nachtelijke bijeenkomsten van de heksen.
Bij Tanneken Vanhulle hebben we iets meer historische houvast dan bij verschillende andere Beselaarse heksen, maar ook hier moeten geschiedenis en overlevering goed uit elkaar worden gehouden.
De oudere heemkundige gegevens plaatsen Tanneken duidelijk in de zeventiende eeuw. Een opvallend concreet gegeven is dat zij in 1686 haar eigen bezit bewoonde. Dat onderscheidt haar van veel andere vrouwen uit de Beselaarse heksenverhalen, die meestal als arm, afhankelijk of zwervend worden voorgesteld.
Dat eigen bezit kan ook verklaren waarom Tanneken in de latere traditie een welgestelde toveresse wordt genoemd.
De plaatselijke herinnering koppelt haar aan de Vergifhoek en de Slangenmeersen. In een mondelinge getuigenis die in 1975 in Beselare werd opgenomen, werd verteld dat haar woning in de laagte bij de vroegere vijver van het kasteel gezocht moest worden. Die omgeving werd toen nog als de Slangenmeersen herinnerd.
Diezelfde mondelinge overlevering verbindt haar met het maken van een liefdedrank uit kruiden.
In de oudere heemkundige beschrijving krijgt Tanneken echter vooral een andere reputatie. Men zag haar als een giftmaakster, een vrouw die verdacht werd van het bereiden van giftige middelen, en men vertelde dat ze met slangen omging.
Daar ligt waarschijnlijk de historische kern van haar heksenreputatie.
Kennis van kruiden, zalven of giftige planten kon tegelijk nuttig en verdacht zijn. In een samenleving waarin de werking van planten en ziekte nauwelijks wetenschappelijk begrepen werd, kon een vrouw die dergelijke middelen maakte gemakkelijk verantwoordelijk worden gesteld wanneer iemand ziek werd of wanneer er iets onverklaarbaars gebeurde.
De rest van het verhaal werd veel groter.
De insecten in kinderbedden, de nachtmerries, boter die niet meer wilde karnen, het dansen op het dak, het veranderen in een slang en de slangenzalf behoren tot de folklore rond Tanneken. Er bestaat geen historisch bewijs dat zij werkelijk van gedaante veranderde of dergelijke gebeurtenissen veroorzaakte.
Ook haar dood door een giftige slangenbeet behoort tot de overgeleverde levensbeschrijving. Een exacte sterfdatum is niet bekend.
Er is bovendien geen bewijs van een officieel heksenproces tegen Tanneken Vanhulle. Er is geen gekend vonnis waarin zij voor hekserij werd veroordeeld en er is geen aanwijzing dat zij op de brandstapel terechtkwam.
Dat past bij het bredere verhaal van de Beselaarse heksen. De vrouwen die hier later als toveressen bekend werden, leefden grotendeels aan het einde van de periode waarin de grote heksenvervolgingen in Vlaanderen nog plaatsvonden.
Historisch blijft van Tanneken dus vooral dit over:
In 1686 werd zij volgens de oudere Beselaarse gegevens verbonden aan een eigen bezit. De plaatselijke traditie situeerde haar in de Vergifhoek, bij de Slangenmeersen. Ze stond bekend als iemand die met kruiden en vermeende giftige middelen werkte en kreeg de reputatie dat ze met slangen omging.
Daaruit groeide uiteindelijk de veel donkerdere figuur die Beselare is blijven onthouden.
Tanneken Vanhulle, de vrouw van de Slangenmeersch die volgens het dorp zelf een slang kon worden.