← De heksen van Beselare

Halte 7 van 17

De Kattepit

Een oude waterput op de Oosthoek van Beselare, verbonden aan een van de bekendste katten- en heksenlegenden van het dorp.

Hooglandweg 9, 8980 Zonnebeke

De legende van de Kattepit

De legende van de Kattepit
De legende van de Kattepit

Hier, op de Oosthoek van Beselare, lag vroeger een afgelegen waterput die men de Kattepit noemde.

Overdag was het er rustig. Maar volgens de oude vertelling veranderde dat zodra de avond viel.

Dan verschenen de katten.

Niet één of twee, maar honderden. Zwarte, grijze en rosse katten verzamelden zich rond het water. Hun ogen gloeiden in het donker als kolen in een vuur. Het gemiauw, gegrom en gesis hield de mensen uit de omgeving wakker en na zonsondergang durfde bijna niemand nog langs de Kattepit te wandelen.

Op een avond besloot Klaas Depuydt dat het genoeg geweest was. In herberg 't Lindeke wedde hij voor drie stopen bier dat hij de katten zou verjagen. Wiesten Beke en Klakske Vervaecke gingen met hem mee.

Gewapend met dikke stokken trokken de drie mannen in het donker naar de Kattepit.

Van ver zagen ze de kattenogen al blinken.

Toen ze dichterbij kwamen, stormde plots een hele vloed katten op hen af.

De mannen sloegen en schopten om zich heen, maar er klopte iets niet.

Hun stokken raakten niets.

Het was alsof ze door rook of damp sloegen.

Hoe harder ze vochten, hoe meer katten er verschenen.

Na uren van slaan en schoppen vluchtten de drie mannen uiteindelijk naar huis. Hun kleren waren aan flarden gescheurd. Daarna kregen ze koorts en lagen ze dagenlang bevend in bed.

Een van hun moeders vertelde wat er gebeurd was aan pastoor Van Calbergh van Beselare.

De pastoor antwoordde alleen dat men de volgende zondag meer zou weten.

Tijdens de mis liet hij na het Laatste Evangelie zijn grote missaal openliggen.

De kerkgangers stonden op en verlieten de kerk.

Behalve veertien vrouwen.

Zij konden niet bewegen.

Ze bleven op hun stoel zitten alsof ze eraan vastgenageld waren.

Pas toen de pastoor terugkwam en het missaal dichtklapte, konden de vrouwen plotseling opspringen. Ze vluchtten de kerk uit.

En toen begreep men in Beselare wat er 's nachts werkelijk rond de Kattepit had rondgelopen.

Het waren geen katten geweest.

Het waren de heksen van Beselare.

Vanaf die dag verdwenen de katten uit de omgeving en genazen de drie mannen.

Maar rond de Kattepit bleef het nog lang een plek waar men na zonsondergang liever niet alleen voorbijging.

Geschiedenis van De Kattepit.

Geschiedenis van De Kattepit.
Geschiedenis van De Kattepit.

We staan hier op de Oosthoek van Beselare. Langs deze oude veldweg lag de Kattepit, een natuurlijke waterput waar altijd water in stond. Door haar afgelegen ligging kreeg de plek een mysterieuze reputatie en groeide hier een van de bekendste katten- en heksenlegenden van Beselare.

De Kattepit was oorspronkelijk geen aangelegde vijver, maar een natuurlijke laagte waar twee diepe grachten samenkwamen. Daardoor bleef er vrijwel voortdurend water staan. De plek werd beschreven als een soort kwelput, omgeven door natte begroeiing.

In en rond het water kwamen onder andere stekelbaarsjes, padden en waterhoentjes voor. De put lag bovendien vrij afgelegen, langs een veldweg tussen de Hooglandweg en de Potteriestraat, op ongeveer tweehonderd meter van de Heulebeek.

De Kattepit lag op de grens van verschillende landbouwgronden en maakte deel uit van een oud landschap van velden, grachten en natte zones. Later werd de oorspronkelijke waterput vergroot en gebruikt als waterreservoir voor de landbouw.

De plek zelf heeft dus werkelijk bestaan. De verhalen over honderden katten, heksen die zich in dieren veranderden en veertien vrouwen die tijdens de mis niet konden opstaan, behoren tot de volkslegende.

Opvallend is dat historisch onderzoek heeft aangetoond dat dit kattenverhaal sterk lijkt op een oudere sage uit Ardooie. Waarschijnlijk is het verhaal later naar Beselare verhuisd en hier aangepast aan de Kattepit en de bestaande heksentraditie.

De Kattepit is dus een echte historische plek.

De heksen eromheen behoren tot de verhalen die Beselare er later aan heeft verbonden.