Halte 2 van 17
Leeme Caduul
Sefa's drinkgezellin uit het dishuisje, met een rosse kat als schaduw.
Wervikstraat 7, 8980 Zonnebeke
De Legende van Leeme Caduul
In Beselare kende men haar als Leeme Caduul.
Een lange, magere heks die in een klein dishuisje woonde. Een eenvoudige woning voor mensen die afhankelijk waren van de armenzorg van de parochie.
Maar ge moest Leeme niet onderschatten.
Want waar zij verscheen, was haar kat nooit ver weg.
In sommige oude vertellingen wordt ze beschreven met een valse witte kat. In de huidige Beselaarse overlevering is het een slonzige, rossige kat, een venijnig beestje dat men zelfs Leemes duivelinnetje noemde.
En ge bleef er beter af.
Er werd verteld dat kinderen die met de kat in aanraking kwamen langzaam begonnen te verzwakken. Ze vermagerden, kwijnden weg en niemand leek te begrijpen wat hen scheelde.
Maar Leeme had nog een ander middel.
Een klein beetje poeder.
Niemand wist precies wat erin zat, maar wanneer Leeme het gebruikte, verschenen de luizen.
Niet enkele.
Hele plagen.
Varkens zouden zo zwaar getroffen worden dat ze zwart zagen van de luizen. Bij kinderen verschenen neten tussen het haar en begon de huid verschrikkelijk te jeuken.
En wanneer zoiets gebeurde, hoefde men in Beselare niet lang naar een schuldige te zoeken.
Leeme Caduul.
Toch kreeg Leeme bezoek.
En niet van de minste.
Sefa Bubbels, de vrouw die in de Beselaarse verhalen bekendstond als meesteresse van de toveressen, kwam regelmatig bij haar langs.
Leeme kreeg voedsel via de dis, de armenzorg van de parochie. Na zo'n voedseluitdeling klopte Sefa volgens het verhaal bij haar aan.
Daar zaten ze dan samen.
Leeme Caduul en Sefa Bubbels.
Met tussen hen een kruik brandewijn.
Wat die twee vrouwen daar bespraken, vertelt het verhaal niet.
Maar voor de mensen van Beselare was alleen al het gezelschap voldoende.
Een vrouw die luizen kon voortbrengen met een poeder, gevolgd werd door een kat die men een duivelinnetje noemde en bezoek kreeg van Sefa Bubbels...
die moest wel een heks zijn.
En zo bleef haar naam hangen.
Leeme Caduul, de magere heks met de kat en het poeder dat het ongedierte liet komen.
Wie was Leeme Caduul werkelijk?
We staan hier aan het oude Hoenwegelke. Volgens de Beselaarse overlevering woonde Leeme Caduul ergens langs dit wegeltje, in een klein dishuisje voor arme inwoners van de parochie. Waar haar woning precies stond, weten we vandaag niet meer. Maar het is hier, langs dit oude wegeltje, dat Beselare haar verhaal heeft geplaatst.
Bij Leeme Caduul moeten we historisch veel voorzichtiger zijn dan bij een vrouw zoals Sefa Bubbels. Van Leeme kennen we geen bewezen volledige burgerlijke naam. We hebben geen geboortedatum, geen sterfdatum, geen gegevens over haar ouders, een huwelijk of kinderen die met zekerheid aan haar gekoppeld kunnen worden. Er is zelfs geen historisch document gevonden waarmee we zonder twijfel kunnen vaststellen wie de vrouw achter de naam Leeme Caduul precies was.
Toch is haar naam geen moderne uitvinding van de Heksenstoet. De Beselaarse heemkundige Jozef Maes verzamelde in de twintigste eeuw oudere plaatselijke verhalen en gegevens over de zogenaamde heksen van Beselare. Toen volkskundige G. Gyselen dat materiaal in 1983 kritisch onderzocht, vond hij bij Leeme nauwelijks persoonlijke gegevens terug. Hij noteerde dat er van Leeme Kaduul geen jaartallen bekend waren.
Wel vermeldde hij iets opvallends. Volgens het materiaal dat Jozef Maes had verzameld, kwam haar naam voor in een oud bezweringsgebed dat verbonden werd aan Carolus Nuitten. Nuitten was een echte inwoner van Beselare. Hij werd geboren in 1689 en stierf in 1763 en stond bekend als een zogenaamde toverijbelezer.
Zo'n belezer werd ingeschakeld wanneer mensen geloofden dat zijzelf, hun kinderen, hun dieren of hun bezit betoverd waren. Met gebeden en religieuze formules probeerde hij die vermeende betovering te verbreken. In het bezweringsgebed dat aan Nuitten werd toegeschreven, werden negen namen genoemd die later bekend zouden worden als de heksen van Beselare. Leeme Kaduul was daar één van.
Dat maakt haar naam historisch interessant, maar het bewijst natuurlijk niet dat de verhalen over haar werkelijk gebeurd zijn. Ook haar woonplaats blijft onzeker. De huidige Heksenstoettraditie plaatst Leeme in een dishuisje langs het Hoenwegelke. In een mondelinge getuigenis die in 1975 in Beselare werd opgenomen, werd echter verteld dat ze aan het vroegere Kerkewegeltje woonde. Haar naam werd dus wel degelijk met een concrete plaats in Beselare verbonden, maar welk huis daarbij hoorde, kunnen we vandaag niet meer met zekerheid bepalen.
Ook voor de beschuldigingen van hekserij ontbreekt juridisch bewijs. Er is geen bekend proces waarin Leeme Caduul wegens hekserij werd berecht, geen bewezen veroordeling en geen bewijs dat ze als heks werd geëxecuteerd.
De verhalen over poeder, luizen, een vreemde kat en kinderen die langzaam wegkwijnden, behoren tot de Beselaarse folklore. Wat er werkelijk achter die verhalen zat, weten we niet meer.
Misschien heeft er werkelijk een arme vrouw bestaan die men Leeme of Leme Kaduul noemde. Misschien woonde ze in een eenvoudig armenhuisje en raakte haar naam in haar omgeving verbonden met verhalen over toverij. Verder brengen de historische bronnen ons vandaag niet.
Wat we dus met zekerheid kunnen zeggen, is niet dat Leeme Caduul een heks was. Wel dat haar naam al lang deel uitmaakt van de Beselaarse overlevering rond betovering en dat die naam generaties lang werd doorverteld.
De echte vrouw is bijna volledig uit de geschiedenis verdwenen. De heks Leeme Caduul bleef.