← De heksen van Beselare

Halte 15 van 17

Calle Bletters

De vliegende heks van de betoverde smesse, en de nicht van Sefa.

Wervikstraat 155, 8980 Zonnebeke

De Legende van Calle Bletters

De Legende van Calle Bletters
De Legende van Calle Bletters

Hier in Beselare woonde ooit een vrouw voor wie vooral voermannen en hun paarden op hun hoede waren.

Haar naam was Katrien Belettere.

Maar bijna niemand noemde haar zo.

Voor de mensen van Beselare was ze Calle Bletters.

De verhalen beschrijven haar als een uitzonderlijk grote en forse vrouw: een reuzenheks, een dulle heks en zelfs een vliegende heks. Ze had zwarte ogen met een uitdagende blik en een neus die volgens de oude beschrijving gebogen stond als een pikhaak.

Calle was de dochter van Pieter Belettere, de paardensmid van Beselare. Zijn smidse stond hier in de huidige Wervikstraat.

En precies daar begon de ellende.

Want Calle bezat iets wat bijna niemand te zien kreeg.

Een groot toverboek van perkament.

Daaruit haalde ze haar kennis. Spreuken, vreemde tekens en woorden die anderen niet begrepen. En wanneer haar vader een paard in de smidse kreeg om nieuwe hoefijzers te slaan, hoefde Calle volgens de verhalen maar dichtbij genoeg te komen.

Vooral haar linkerhand moest ge in het oog houden.

Ze legde die hand op de rug van het paard, streek over het dier en prevelde zacht woorden uit haar boek.

Meer was er niet nodig.

Het paard vertrok normaal uit de smidse...

maar onderweg begon het.

De dieren werden schuw. Ze steigeren, sloegen tegen, weigerden verder te lopen of gehoorzaamden hun voerman niet meer. En telkens opnieuw werd dezelfde naam gefluisterd:

Calle Bletters.

Een van de bekendste verhalen gaat over een voerman uit Roeselare.

Hij kwam naar Beselare om zijn paard in de smidse van Pieter Belettere van nieuwe hoefijzers te laten voorzien.

Alles leek normaal.

Tot Calle bij het paard kwam.

De voerman zag hoe ze haar linkerhand op de rug van het dier legde en iets onverstaanbaars prevelde.

Hij dacht er eerst niet verder over na.

Maar nauwelijks was hij weer onderweg of zijn paard begon wild te worden. Het steigerde, schudde hevig met zijn kop en zijn ogen puilden uit.

Toen herinnerde de voerman zich die hand.

En die woorden.

Hij kreeg het dier niet meer onder controle en besloot hulp te zoeken bij de abdij van Zonnebeke.

Maar hoe dichter het paard bij de abdij kwam, hoe erger het werd.

Het dier beefde over zijn hele lichaam. Het schuim stond op zijn mond. Het wilde nauwelijks nog vooruit.

Een pater kwam erbij en begon het paard te belezen.

Terwijl de pater zijn gebeden uitsprak, brak het zweet uit over het hele lichaam van het dier.

De voerman kreeg uiteindelijk een gewijde medaille die hij aan het gareel moest bevestigen. Daarnaast kreeg hij een gebed dat hij gedurende negen dagen, iedere ochtend en iedere avond, moest opzeggen.

Na negen dagen zou de betovering verbroken zijn.

En volgens het verhaal gebeurde precies dat.

Het paard genas.

De voerman geraakte thuis.

Maar één ding deed hij nooit meer:

door Beselare rijden.

De verhalen over Calle verspreidden zich. Steeds meer voermannen meden de smidse van haar vader. De zaak kreeg uiteindelijk een naam die in Beselare bleef hangen:

de Betoverde Smesse.

Voor haar vader Pieter was dat allesbehalve goed nieuws. Als de paarden die bij hem beslagen werden daarna begonnen te steigeren en dienst te weigeren, kwamen de klanten niet meer terug.

Ook de baljuw van Beselare kreeg volgens de overlevering lucht van Calle en haar merkwaardige boek.

Meermaals zou hij geprobeerd hebben het in handen te krijgen.

Maar Calle gaf het niet af.

Het boek bleef bij haar.

Tot 1747.

Calle voelde dat haar einde naderde.

En ze wist blijkbaar heel goed wat er na haar dood met dat boek kon gebeuren.

Dus deed ze iets waardoor niemand ooit zou kunnen ontdekken wat erin geschreven stond.

Ze nam het grote perkamenten boek waarin al haar kunsten zouden hebben gestaan...

en wierp het eigenhandig in het vuur van de smidse.

De bladzijden verbrandden.

De spreuken verdwenen.

En kort daarna stierf ook Calle Bletters.

Wat er werkelijk in haar boek stond, heeft niemand ooit nog kunnen achterhalen.

Wie was Calle Bletters werkelijk?

Wie was Calle Bletters werkelijk?
Wie was Calle Bletters werkelijk?

We staan hier in de Wervikstraat van Beselare.

Volgens de oude Beselaarse overlevering stond ergens in deze straat de smidse van Pieter Belettere, de vader van Calle Bletters. Precies daar speelt een groot deel van haar legende zich af.

De exacte plaats van die oude smidse kennen we vandaag niet meer. Maar volgens de historische bronnen moeten we Calle wel degelijk hier, in deze straat, zoeken.



Achter Calle Bletters zou een echte vrouw hebben gestaan met de naam Katrien of Catharina Belettere.

Maar hier moeten we historisch voorzichtig zijn.

De belangrijkste oudere bron voor haar levensverhaal is het werk van de Beselaarse heemkundige Jozef Maes. Hij verzamelde de oude heksenverhalen en probeerde daarbij ook persoonlijke gegevens van de vrouwen te achterhalen.

Volgens die gegevens was Katrien Belettere een dochter van Pieter Belettere, een smid die in de huidige Wervikstraat van Beselare woonde en werkte.

Haar bijnaam werd Kalle Bleters, later meestal geschreven als Calle Bletters.

Als sterfjaar wordt 1747 vermeld.

Veel meer harde biografische gegevens hebben we niet.

Er is geen betrouwbaar vastgestelde geboortedatum die ik aan Calle kan koppelen. Ook over een eventuele echtgenoot, haar kinderen en haar precieze levensloop geven de oude heksenbronnen geen zekerheid.

De familie Belettere was in die periode in elk geval werkelijk aanwezig in Beselare. Zeventiende-eeuwse bronnen vermelden verschillende Beletteres in het dorp. De familienaam duikt er onder andere op bij mensen die functies vervulden als koster, schoolmeester en in het lokale bestuur.

Ook Calle wordt in de overlevering verbonden met Sefa Bubbels. Sefa's moeder heette Joanna Belettere en de Beselaarse bronnen noemen Sefa en Calle familie van elkaar. Hoe die verwantschap genealogisch precies moet worden gereconstrueerd, kunnen we op basis van de bronnen die ik kon controleren niet veilig verder invullen.

En dan is er het merkwaardigste onderdeel van Calle's geschiedenis:

het boek.

Jozef Maes nam het verhaal over dat Calle een boek bezat en dat ze het vlak voor haar dood zelf verbrandde.

Historicus G. Gyselen vond dat detail bijzonder interessant. Hij wees erop dat een boek in een grotendeels ongeletterde dorpsgemeenschap gemakkelijk achterdocht kon oproepen. Iemand die alleen vreemde tekens kon lezen of een boek bezat dat anderen niet begrepen, kon al snel geheimzinnig worden gevonden.

Een boek met onbekende letters werd dan een toverboek.

Dat is een mogelijke verklaring voor het ontstaan van het verhaal, geen bewezen verklaring.

Hetzelfde geldt voor de paarden.

Dat Calle werkelijk paarden door aanraking kon betoveren, behoort vanzelfsprekend tot de folklore. Maar het verhaal kan ontstaan zijn rond echte problemen met paarden die uit de smidse kwamen. Een dier kon om tientallen gewone redenen schrikken, steigeren, kreupel worden of weigeren verder te lopen.

In een gemeenschap waar geloof in betovering nog sterk aanwezig was, kon zo'n gebeurtenis een andere verklaring krijgen:

Calle had het paard aangeraakt.

Daaruit kon een reputatie ontstaan die zichzelf vervolgens bleef versterken.

Opvallend is ook dat Calle anders wordt voorgesteld dan veel andere Beselaarse heksen. In de analyse van Gyselen zijn de meeste vrouwen uit de heksenverhalen arme, alleenstaande of maatschappelijk kwetsbare figuren. Calle vormt daar deels een uitzondering op: ze wordt rechtstreeks verbonden met haar vaders ambacht en met een vaste smidse in het dorp.

Maar ook bij haar ontbreekt iets wat heel belangrijk is.

Er is in de geraadpleegde bronnen geen gedocumenteerd heksenproces tegen Calle Bletters.

Geen bewezen arrestatie.

Geen vonnis wegens hekserij.

Geen executie.

De brandstapel die later in de Heksenstoet voorkomt, mag dus niet op Calle worden geprojecteerd.

Wat we uiteindelijk hebben, is een naam die door de Beselaarse heemkundige traditie als Katrien Belettere, dochter van smid Pieter, gestorven in 1747 werd overgeleverd.

En daarnaast een veel groter verhaal.

Het verhaal van een vrouw met een boek dat haar buren niet begrepen, paarden die na haar aanraking niet meer wilden gehoorzamen en een smidse die uiteindelijk door heel Beselare bekendstond als...

de Betoverde Smesse.